Na een heerlijke vakantie en nog wat dagen samen thuis, is Michael weer begonnen met werken. Mijn blog stond dus even stil, maar ik ga nu weer wekelijks posten.
Vrijdag 11 juli liepen we opnieuw het ziekenhuis binnen voor de prenatale diagnose-echo.
Na de groeiecho van een week eerder wilden ze uitgebreider naar onze dochter kijken. Alle metingen zouden opnieuw worden gedaan en er zou worden beoordeeld of er een verklaring was voor haar achterblijvende groei. Hoewel ik wist waarom we er waren, bleef het spannend. Je hoopt toch dat iemand zegt dat het allemaal wel meevalt. Vlak voordat we de afspraak ingingen moest ik nog snel mijn suiker even prikken, en gelukkig was deze goed!
Ik ging op de onderzoekstafel liggen terwijl de echoscopiste begon met de metingen. Michael zat naast me en keek mee naar het scherm. Ze nam uitgebreid de tijd. Haar hoofdje werd gemeten, haar buikomtrek, haar bovenbeentjes en haar geschatte gewicht. Regelmatig zette ze de meting opnieuw, alsof ze zeker wilde weten dat alles zo nauwkeurig mogelijk was.
Al snel werd duidelijk dat onze dochter inderdaad klein was.
Haar organen zagen er normaal uit en ook de bloeddoorstroming via de placenta werd gecontroleerd met een doppleronderzoek. Gelukkig waren daar, op dat moment, geen bijzonderheden te zien. Echter kregen wij direct te horen dat dat echt op een moment opname gaat. Maar voor nu was het goed! Dat was een geruststellende gedachte, omdat het betekende dat ze op dat moment nog voldoende voeding en zuurstof via de placenta kreeg.
Na de echo kwam de gynaecoloog de resultaten met ons bespreken.
Ze vertelde dat er sprake was van Foetal Growth Restriction (FGR). Onze dochter was een stuk kleiner dan verwacht voor de zwangerschapsduur, maar ze benadrukte ook dat ze wél bleef groeien. Dat was een belangrijk verschil. Er waren op dat moment geen aanwijzingen voor aangeboren afwijkingen of andere oorzaken die tijdens de echo zichtbaar waren.
Omdat ze zo klein was, wilden ze haar vanaf dat moment iedere twee weken controleren met een groeiecho bij de prenatale diagnostiek. Op die manier konden ze haar ontwikkeling goed volgen en snel ingrijpen als haar groei verder zou afnemen of de bloeddoorstroming zou veranderen.
Voor ons betekende dat dat de zwangerschap vanaf dat moment een ander verloop kreeg. De extra controles werden onderdeel van ons ritme en iedere twee weken leefden we weer toe naar een nieuwe afspraak. Natuurlijk had ik liever gehoord dat alles helemaal normaal was, maar tegelijkertijd gaf het ook rust dat ze haar zo goed in de gaten hielden. Ik kreeg te horen dat ik rustiger aan moest doen, maar ik mocht nog wel werken. Alleen op een iets rustiger niveau.
We liepen het ziekenhuis uit met een duidelijke diagnose en een plan voor de komende weken.
Ze was klein.
Maar ze groeide.
En voorlopig was dat precies waar we ons aan vasthielden.