Tijdens de 20-wekenecho kregen we een term te horen die we nog niet kenden: percentiel. In deze blog neem ik je mee in dat moment, wat P9 betekent en hoe één getal ineens alles kan veranderen.
Ondanks dat mijn zwangerschap inmiddels officieel medisch was, moesten we voor de 20-wekenecho nog gewoon terug naar de verloskundigenpraktijk. Naar dezelfde plek als voor de 13-wekenecho en de geslachtsecho. Naar dezelfde echoscopiste ook. Dat gaf iets vertrouwds, alsof we nog steeds binnen een bekend kader vielen, ook al wist ik ergens dat deze echo anders zou zijn. Michael ging uiteraard weer mee.
We gingen er gespannener in dan bij eerdere echo’s, zonder dat we dat groot maakten. Zelfs mijn ouders waren gespannen; zij wisten hoe belangrijk deze echo was. In de auto hadden Michael en ik het er nog even over, voorzichtig aftastend, alsof we het onderwerp niet verder wilden oproepen dan nodig.
“Wat zou het eigenlijk betekenen als een kindje te klein is?”
“Geen idee,” zeiden we allebei.
En daar bleef het bij.
De echoscopiste was blij om ons te zien en vroeg hoe het met me ging. Ze begon met de echo, maar al snel viel me iets op: ze was stiller dan anders. Ze nam uitgebreid de tijd, legde elk beeld zorgvuldig vast en zei weinig terwijl ze bleef meten. Ik merkte dat ik mijn adem inhield terwijl zij bleef meten, alsof stilte iets kon veranderen. Michael en ik keken elkaar aan, maar zeiden niets. Niet omdat we niets voelden, maar omdat we haar niet wilden storen. Alsof woorden het moment zouden kunnen verstoren.
Na een tijd zei ze dat ze alles eerst even in de computer ging invoeren en vroeg ons om te gaan zitten.
En toen viel het woord.
“De P is 9.”
Ik keek haar aan.
“P?”
“Ja,” zei ze, “het percentiel waarop jullie baby groeit.”
Mijn hoofd schoot meteen aan.
P9? Wat is dan gemiddeld? 25? 50? 100? Waar begint dat, waar eindigt dat?
Het getal bleef in mijn hoofd rondzingen. Negen. Alsof ik wist dat het laag was, zonder te begrijpen hoe laag.
Ze legde het rustig uit. Het loopt van P0 tot P100. Bij P0 is er geen enkele baby kleiner dan die van jou op dat termijn, iets wat bijna nooit voorkomt. Bij P100 is er geen grotere baby. Onze dochter zat op P9. En alle baby’s onder P10 worden standaard gemonitord in het ziekenhuis.
Ze vertelde dat alles doorgestuurd zou worden naar het ziekenhuis, waar bij de volgende echo opnieuw en uitgebreider gekeken zou worden. Die afspraak stond gepland op 12 mei. Dus ja… weer wachten.
Michael was rustiger dan ik, maar ik zag dat hij het in zichzelf aan het verwerken was. Hij stelde vragen, luisterde aandachtig. Ze vertelde dat onze dochter ongeveer drie weken achterliep in groei. Het kon nog bijtrekken, zei ze, maar dat kon ze niet met zekerheid zeggen. Soms gebeurt dat, soms ook niet.
Toen we naar buiten liepen, waren we stil. Op de parkeerplaats stonden mijn ouders te wachten. Ze zagen meteen dat er iets was, maar ze vroegen niets. Ze wachtten tot wij spraken. Dat was misschien wel het fijnste aan dat moment.
“Het gaat goed met haar,” zei ik.
“Maar ze is wel klein.”
“P9.”
“Ze gaan het opvolgen in het ziekenhuis.”
Het voelde fijn dat ze er waren. Niets is zo geruststellend als een knuffel van je ouders op zo’n moment, en het feit dat zij ons konden geruststellen terwijl we zelf nog nauwelijks informatie hadden, gaf rust.
Die avond, toen we in bed lagen, begon Michael te googelen. Wat betekent een kleine baby? Wat betekent P9? Hij stopte er al snel mee.
“Laten we het ziekenhuis gewoon afwachten,” zei hij.
En dat deden we.
Die periode tot 12 mei voelde lang.
Zo lang dat we zelfs nog overwogen om de afspraak te vervroegen. Maar we deden het niet. We dachten: laat maar even. Misschien is ze dan al wat gegroeid. Misschien is het dan allemaal minder spannend.
We liepen die dag weg met de echo’s in onze handen.
We keken naar ons meisje en zeiden:
“Klein, maar fijn.”
Dat zeiden we ook altijd over mij. Want ik ben zelf ook klein — maar ik was wel een normale baby. Maar ik klampte me vast aan het idee dat klein niet hetzelfde hoefde te zijn als kwetsbaar.
De echo’s gingen diezelfde dag nog in het boek.
Ingeplakt.
Netjes.
Zodat onze dochter dit later kan teruglezen.
En zo begon het wachten opnieuw.
Met beelden.
Met cijfers.
En met hoop die nog steeds overeind bleef.