Doei groeicurve

Het was de afgelopen weken even wat stiller. De uitslagen van MUMC waren binnen en we hadden wat tijd nodig om alles te laten bezinken. Vanaf nu probeer ik weer elke week een blog te posten.


Op 7 juli waren we opnieuw in het Rijnstate.
De afspraak stond om 09.05 uur. Michael ging mee en we kwamen op een afdeling waar we al eerder waren geweest. Als ik eerlijk ben, waren we niet mega gespannen. Misschien omdat we inmiddels gewend waren geraakt aan meten, aan controleren, aan wachten.

Die nacht hadden we allebei slecht geslapen. Niet omdat we panikeerden, maar omdat ons hoofd niet helemaal tot rust kwam.

De verloskunde-arts begon met de echo. Ze keek, deed een meting, en zei al vrij snel:
“Ja, we zien inderdaad dat ze klein is, maar ik zou graag willen dat mijn collega ook even meekijkt. Ik ga hem er even bij halen.”

Dat was het moment waarop alles kantelde.
Michael en ik keken elkaar aan, maar zeiden niets. In die stilte zat ineens alles. Angst, vragen, scenario’s en toch ook nog geen woorden.

De arts kwam terug en vroeg ons even plaats te nemen in de wachtkamer. Haar collega was nog bezig. Dus daar liepen we weer. Terug naar de wachtkamer. Mensen keken, misschien onbewust, maar het voelde alsof iedereen daar wist dat er iets niet goed was. Alsof het zichtbaar was. Mijn hartslag bleef hoog terwijl ik stilzat, alsof mijn lichaam al vooruitliep op slecht nieuws.

Ik pakte mijn telefoon en appte mijn collega:
Ben wat later op kantoor hoor, krijgen een extra controle.

Na een halfuurtje mochten we weer naar binnen.
“Mevrouw Willems, komt u maar weer.”

We gingen terug naar binnen. In de kamer stond nu een mannelijke gynaecoloog. Toevallig hadden we net gezien dat een vrouw vóór ons had gevraagd om een andere arts. Ik had nog tegen Michael gezegd: waarom zou je dat nou doen? En toen kregen wij hem.

Eerlijk is eerlijk: deze man was heel goed in zijn vak. Wat een gemis voor die vrouw.

Hij keek, deed een meting en legde uit. Hij stelde ons gerust, maar was ook duidelijk. Ze was inderdaad klein. En ze was inmiddels ook van haar groeicurve afgevallen. Ze zat nu rond P4. Ik wist ineens: dit is niet meer alleen klein zijn.

Hij legde uit dat ze klein was, vooral haar buik, maar dat alles wel in verhouding was. Haar hoofd, haar benen, haar gewicht. Niets sprong er echt uit. De bloedstromen waren op dat moment goed, het vruchtwater normaal en ze bewoog zoals ze moest.
Ze groeide. Dat was het belangrijkste.
Het verschil tussen klein en niet goed groeiend werd benoemd. Voor nu leek het te gaan om een baby die klein was, maar zelf wel functioneerde zoals ze hoorde te doen.

Tijdens de doppler-meting gaf hij aan dat de bloedstromen voldoende waren, maar hij benadrukte ook dat dit een momentopname was. Daarom wilde hij dat we vrijdag terug zouden komen, voor een echo op een ander apparaat, dat nog nauwkeuriger kon meten. Het woord momentopname stelde niet gerust. Het betekende vooral dat dit morgen anders kon zijn.

Een Prenatale Diagnose-echo.
Bij een gynaecoloog met meer ervaring in groeiecho’s en doppler-metingen.

Dat was nodig, legde hij uit. Want een baby die van haar groeicurve afbuigt, is niet wat je verwacht. Niet wat zij hadden verwacht. En zeker niet wat wij hadden verwacht.

En daar liepen we weer.
Door de gangen van het ziekenhuis.
Met de wetenschap dat we er vrijdag opnieuw zouden lopen. Maar dan voor een echte diagnose.

We waren gespannen, maar ook vastberaden om er niet in te blijven hangen. Dat kon ook niet. Ik moest direct door naar mijn werk. Ontwikkelgesprekken. Sollicitatiegesprekken. Contractgesprekken. Met in mijn achterhoofd het nieuws van die ochtend.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *