En toen werden we medisch…

In de twee weken na de geslachtsecho kwam die ene zin steeds opnieuw voorbij, ze lijkt wel wat kleiner, maar het was niet dat we er dagelijks mee bezig waren. Het was geen paniek of angst. Het was een losse gedachte die soms bleef hangen zonder dat we er iets mee konden. Want er was niets om op te handelen en niets om te doen behalve wachten.

In die periode hadden we een hartslagcheck.
Zo’n afspraak die altijd weer een klein beetje spanning met zich meebrengt, hoe vaak je het ook al hebt meegemaakt, omdat het iedere keer opnieuw bevestigt dat het leven daarbinnen nog steeds klopt. En de hartslag was er! De hartslag was goed, duidelijk, aanwezig en dat stelde gerust.

Die weken voelde ik me eigenlijk opvallend goed.
Ik was wat moe, maar verder niet echt anders dan normaal, en ergens dacht ik zelfs stiekem: als dit zo blijft, dan ben ik heel blij. De misselijkheid was verdwenen, mijn energie kwam terug, en het voelde alsof mijn lichaam weer meewerkte in plaats van tegenstribbelde.

Michael en ik spraken er samen over en we waren het er allebei over eens dat het waarschijnlijk gewoon goed zou komen. Ik was in het eerste trimester zo misselijk geweest en had zo weinig voedingsstoffen binnengekregen, dat het voor ons logisch klonk dat dat invloed had gehad. Nu het eten weer beter ging, zou dat groeien vast ook wel weer bijtrekken, dachten we. Het was een geruststellende gedachte, eentje waar we ons graag aan vasthielden.

Op het werk liep alles goed.
Ik werkte nog steeds volle dagen en zat snel weer in mijn oude ritme, misschien zelfs iets te fanatiek. Een beetje workaholic ben ik altijd al geweest; als ik overdag niet aan alles toekwam, pakte ik ’s avonds thuis mijn laptop er gewoon nog even bij. Het voelde fijn om weer scherp te zijn, productief, bezig, alsof alles weer normaal was.

Ook volleybal ging door.
We trainden voor de promotiewedstrijden en op 12 april reisden we af naar Harderwijk. De sfeer was goed, energiek, hoopvol. Het nummer Blikkendag kan ik overigens niet meer horen…! Iedereen voelde dat er iets te halen viel na het seizoen dat we hadden gespeeld. We speelden afwisselend, werden tweede in de poule en sloten de dag af met het verenigingsfeest. Die hele avond hield ik niet meer vol, maar ik bleef toch nog een flinke tijd, gewoon omdat ik erbij wilde zijn. Op dat moment wisten we nog niet dat we gepromoveerd waren; dat nieuws kwam pas later.
En toen het kwam, voelde het als een soort bevestiging: ik heb hier niet voor niets gestaan.
We waren gepromoveerd!

En toen was daar dinsdag 15 april.

Een dag die begon als een drukke, maar verder gewone werkdag. Ik had veel afspraken gehad, was de hele dag aan geweest, en voelde me aan het einde leeg. Michael haalde me op van kantoor en in de auto zei ik:
“Oeff… ik voel me niet helemaal goed.”
Ik had hoofdpijn en een gejaagd gevoel dat ik niet goed kon plaatsen, alsof mijn lichaam iets probeerde te zeggen zonder het helder uit te spreken.

Thuis pakte ik de bloeddrukmeter.
155 over 110.
Oei.

Mijn eerste gedachte was niet dat het gevaarlijk was. Ik dacht aan drukte, aan werk, aan te weinig rust. Aan alles wat het kon verklaren zonder het serieus te hoeven nemen. Ik wist op dat moment ook eerlijk gezegd nog niet dat een hoge bloeddruk gevaarlijk kon zijn voor een baby. Maar tijdens de afspraken bij de verloskundige krijg je belinstructies en bij een bloeddruk boven 140/90 moet je contact opnemen. 

Ik dacht, even rustig liggen en wat eten. Als het dan nog te hoog is, dan ga ik de verloskundige bellen. Na een uurtje belde ik de verloskundige en zij zei rustig maar tegelijkertijd ook beslist dat we naar het ziekenhuis moesten komen, dat ze alvast zou bellen dat we eraan kwamen. En dus stapten we in de auto, zonder echt te beseffen dat dit moment groter was dan het voelde.

In het ziekenhuis volgden controles en een echo.
Met de kleine meid was alles goed, dat werd duidelijk gezegd, en ik kreeg medicatie om mijn bloeddruk te verlagen. Het plan klonk overzichtelijk: de komende twee dagen even niet werken zodat de medicatie zijn werk kon doen, daarna had ik toch al een weekje vakantie gepland en gingen Michael en ik nog twee nachtjes weg samen.

Een paar dagen weg samen, even uit de dagelijkse routine, precies op een moment dat het voelde alsof we dat nodig hadden. We gingen niet ver, maar ver genoeg om los te komen van werk, afspraken en ziekenhuisgangen. Het was geen zorgeloze “vakantie”, maar wel een fijne. We praatten veel, en lieten alles wat rustiger binnenkomen.

In die dagen deden we ook iets wat bijna vanzelf ging: we begonnen met de eerste aankopen voor de babykamer. De kast, de commode, en een leuk wandplankje.

Het voelde als vooruitkijken, als bouwen aan iets moois, en tegelijk als een manier om vertrouwen vast te houden. Want alles leek, ondanks dat medische label, nog steeds goed te gaan. Mijn lichaam werkte mee, de medicatie deed wat het moest doen, en de toekomst voelde nog steeds als iets waar we rustig naartoe konden groeien.

En zo eindigden deze weken zoals ze begonnen waren:
met hoop, met plannen, en met het idee dat dit misschien gewoon een extra hobbel was op een verder rechte weg.

Op dat moment begrepen we de ernst van de hoge bloeddruk nog niet echt.
Het werd ook niet uitgebreid uitgelegd.
Het enige wat we écht meekregen, was die ene zin:
Het is nu een medische zwangerschap geworden.

Het klonk groots, maar ook abstract, alsof het vooral een label was en nog geen waarschuwing. En dus gingen we verder, nog steeds vooruitkijkend, nog steeds vertrouwend, zonder te weten dat dit het punt was waarop het verhaal langzaam begon te kantelen, al voelde het toen nog niet zo.

 

Benieuwd naar de rest van mijn blogs over de medische zwangerschap. Via de link kom je bij mijn andere blogs terecht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *