Op 23 juli werkte ik thuis. Mijn agenda was rustig genoeg om eindelijk wat meters te maken en voor mijn verlof wilde ik nog zoveel mogelijk afronden. Er lagen nog genoeg taken op me te wachten en om 11.00 uur stond mijn één-op-één gepland. Toch voelde ik al vroeg die ochtend dat het niet helemaal lekker ging. De hoofdpijn waar ik de laatste tijd steeds vaker last van had, kwam langzaam opzetten.
In eerste instantie deed ik wat ik eigenlijk altijd deed: doorgaan. Nog even die ene mail beantwoorden, nog een document afronden en daarna zou ik wel even pauze nemen. Tot ik besloot mijn bloeddruk te meten.
150/100.
Dat was schrikken, zeker omdat ik al methyldopa gebruikte. Samen met Michael belde ik het observatorium. Ze luisterden naar mijn klachten, stelden een paar vragen en vonden het verstandig dat we langskwamen. Niet veel later zaten we weer in de auto richting het ziekenhuis.
Gelukkig was er op dat moment nog geen sprake van pre-eclampsie. Mijn bloeddruk was verhoogd, maar verder zagen de controles er gelukkig goed uit. Ook met onze dochter ging het goed. Ze bleef klein, maar haar conditie gaf geen reden tot extra zorgen. Toch besloten ze mijn medicatie op te hogen en te starten met thuismonitoring. Vanaf dat moment voerde ik thuis mijn bloeddruk en klachten in via een app, zodat een gespecialiseerd verpleegkundige mee kon kijken.
Achteraf besef ik dat dit eigenlijk een kantelpunt was. Niet omdat er die dag iets ernstigs gebeurde, maar omdat mijn zwangerschap vanaf dat moment steeds intensiever werd begeleid. Er kwam geen grote verandering in één keer, maar steeds een klein stapje erbij. Een extra controle, een aanpassing van de medicatie, een verpleegkundige die op afstand meekijkt. Los van elkaar leek het misschien niet zo veel, maar samen vertelde het een ander verhaal.
Eenmaal thuis deed ik iets waarvan ik nu weleens denk: waarom eigenlijk?
Ik klapte mijn laptop weer open.
Er waren nog dingen die ik wilde afronden voordat mijn verlof begon en ik voelde me verantwoordelijk voor mijn werk. Achteraf zou ik mezelf heel ander advies geven. Mijn laptop dichtklappen, op de bank gaan liggen en luisteren naar mijn lichaam. Maar op dat moment voelde dat helemaal niet logisch. Dus werkte ik verder, terwijl mijn hoofd nog steeds bonsde.
De weken daarna ontstond langzaam een nieuw ritme. Mijn dagen bestonden niet meer alleen uit werken, maar ook uit ziekenhuisafspraken, groeiecho’s en telefoontjes van de verpleegkundige die mijn thuismetingen volgde. Zodra er ‘Anoniem’ op mijn telefoon verscheen, wist ik meestal al genoeg. Dan liep ik op kantoor even naar de belbooth om rustig te kunnen overleggen.
Het bijzondere is hoe snel zoiets normaal wordt. Een bloeddrukmeter die standaard in je tas zit, een telefoontje van het ziekenhuis tussen twee afspraken door en steeds weer even stilstaan bij hoe je je voelt. Dingen waarvan je vooraf nooit had gedacht dat ze bij jouw zwangerschap zouden horen, werden langzaam onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Tegelijkertijd ging het gewone leven ook gewoon door. Misschien herken je dat wel als je zwanger bent geweest: op een gegeven moment slaat de nesteldrang toe en wil je ineens alles geregeld hebben. De kleertjes wassen, de commode inrichten, de laatste spulletjes kopen en de babykamer nét dat beetje gezelliger maken. Alsof je je onbewust voorbereidt op iemand die je nog nooit hebt ontmoet, maar van wie je nu al zielsveel houdt.
Ik was daarin geen uitzondering. De babykamer kreeg steeds meer vorm. We zetten meubels in elkaar, vouwden de kleinste rompertjes op en genoten van alle voorbereidingen. Juist die momenten brachten rust. Even draaide het niet om bloeddrukken, controles of medicatie, maar gewoon om ons meisje. Achteraf zijn dat misschien wel de herinneringen waar ik met het warmste gevoel op terugkijk.
Ook bleef ik zwemmen. Dat was mijn moment om mijn hoofd leeg te maken. Zodra ik in het water lag, voelde mijn lichaam lichter en leek alles even minder ingewikkeld. Misschien heb jij ook zo’n plek gehad tijdens je zwangerschap, of juist in een andere periode van je leven. Een plek waar je even op adem kunt komen. Voor mij was dat het zwembad.
Tijdens de volgende groeiecho kregen we gelukkig opnieuw goed nieuws. Ze groeide nog steeds. Ze bleef klein, maar volgde wel haar eigen lijn en ook de doorbloeding zag er goed uit. Er was geen reden om in te grijpen, maar de controles bleven voorlopig wel iedere twee weken doorgaan.
En zo kabbelden de weken richting augustus. We maakten de babykamer steeds verder af, genoten van alle kleine voorbereidingen en keken uit naar haar komst. Ondertussen bleef het ziekenhuis een extra oogje in het zeil houden en probeerde ik de balans te vinden tussen luisteren naar mijn lichaam en vertrouwen houden in de zwangerschap.
Als ik nu terugkijk op deze periode, denk ik vooral aan hoe bijzonder het is dat een mens zich zo snel aanpast. Wat in het begin spannend en nieuw voelt, kan binnen een paar weken heel normaal worden. Pas achteraf zie je soms hoeveel er eigenlijk veranderd is.